maandag 21 november 2016

HET VERHAAL ACHTER "MIJN" ALLEEN OP DE WERELD




December 2015, een boek tikte op mijn schouder. Ik had de neiging het te negeren. Het boek dat om mijn aandacht vroeg was vanaf mijn jeugd dan wel mijn lievelingsboek geweest, maar om na mijn hertaling van een andere klassieker direct aan een nieuwe te beginnen: was dat wel een goed idee? Het leek de klassieker een bijzonder goed idee, want het tikken werd slaan, en het slaan werd meppen.
  
‘Oké, Rémi, jij je zin, ik ga je herlezen. En dan eens zien of ik je nóg zo geweldig vind.’

Ik bleek het weer geweldig te vinden. Wat een prachtig boek, en wat jammer dat nog zo weinig kinderen het lazen omdat de taal intussen zo verouderd was en naast de uitstekende integrale vertaling van August Willemsen uit 1999 (die voor kinderen veel te moeilijk is), was er al een jaar of vijftig geen nieuwe vertaling/bewerking meer voor kinderen gemaakt. 
Ik kon er niet omheen, ik moest dit oppakken. Naast de vertaling van Willemsen schafte ik drie oude versies aan die wat meer op kinderen gericht waren, downloadde ik het originele Franse boek en wist ik ook een honderd jaar oude druk van de papieren Franse versie op de kop te tikken.
Binnen de kortste keren had ik zes hoofdstukken af en niets in de wereld leek mij nog af te kunnen brengen van het voltooien van het hele boek.

Nu is het nadeel van manuscripten dat je er een enthousiaste uitgever voor moet zien te vinden. Mijn netwerk in uitgeversland was intussen vrij groot, maar wie kon ik hiervoor nou het beste benaderen?

Het toeval wilde dat ik een paar weken later, in januari, voor Boekenbijlage.nl een recensie schreef van een heruitgave van Alice in Wonderland. Ik stuurde mijn recensie naar de uitgeverij en kreeg een out of office-reply. In dat berichtje stond dat als mijn mail dringend was, ik contact kon opnemen met die en die. 

Mijn bloed begon meteen sneller te stromen: die en die? Ik kende haar van een andere uitgeverij, en ik mocht haar enorm graag, maar ik had haar al een aantal jaren niet gesproken. Natuurlijk mailde ik haar even. Niet omdat mijn berichtje zo urgent was, maar omdat ik graag opnieuw contact wilde leggen.

Ze reageerde nog diezelfde dag en er ontstond een fijne e-mailuitwisseling. Een van de dingen die ik met haar deelde, was dat ik ergens aan werkte dat heel goed bij Gottmer zou kunnen passen, maar dat ik het niet zomaar rond durfde te strooien.
‘Vertel het me,’ zei ze.
Ik vertelde het.
‘Hoeveel hoofdstukken heb je tot nu toe?’
‘Zes.’
‘Stuur die op, dan zorg ik dat ze op het juiste bureau terechtkomen.’

Een dag later kreeg ik een mailtje van degene van 'het juiste bureau'. Dat er bij die zes hoofdstukken bij haar meteen een laatje was opengegaan en dat ze graag een afspraak wilde maken.

Er ging nog geen week voorbij of ik zat met vier dames van de uitgeverij om de tafel.
‘We willen het heel graag doen,’ zei de uitgeefster, ‘en we hebben een illustrator gevraagd die het heel graag wil doen.’
Ik had natuurlijk zelf ook een illustrator in gedachten gehad, maar tussen in gedachten hebben of daar zelfs maar op durven hopen, zit bij deze illustrator een wereld van verschil.
Toen haar naam dus werd genoemd, vlogen mijn armen de lucht in.

‘We vragen je wel om geduld,’ ging de uitgeefster door. ‘Zij heeft namelijk pas vanaf maart tijd om eraan te beginnen.’
‘Maart?’ zei ik, ‘ach, dat is al over twee maanden.’
De uitgeefster kuchte. ‘Uhm, maart volgend jaar…’

Maart volgend jaar werd april en april werd mei, want ook illustratoren kunnen te veel hooi op hun vork nemen. Mijn tekst was intussen al ruim een halfjaar klaar, maar uiteindelijk kwamen de tekeningen binnendruppelen. En wat voor tekeningen.

Juni 2016: eindelijk, na zeventien maanden geheimhouding, mocht ik het van de digitale daken schreeuwen: in november verschijnt mijn bewerking van Alleen op de wereld, met tekeningen van Charlotte Dematons!

November 2016, tweeëntwintig maanden na het eerste gesprek bij de uitgeverij: het was zover, het boek lag in de winkels! Binnen een maand was er een tweede druk, het boek werd getipt door het boekenpanel van DWDD, waardoor de derde druk ingezet kon worden. Intussen is ook de vierde druk een feit. 

Ik kan niet trotser zijn. Niet alleen omdat het boek er fantastisch uitziet en Gottmer werkelijk alles uit de kast heeft getrokken om het de aandacht te geven die het verdient, maar ook omdat dit boek niet in opdracht is ontstaan, zoals veel mensen denken, maar ik het zelf heb geïnitieerd. En dát heeft allemaal weer te maken met de synchroniciteit die mensen en situaties op zo’n wonderlijke manier bij elkaar kunnen brengen. 

Want:
Als ik nooit een pilatesboek had geschreven en daardoor niet was gevraagd om pauzepilateslesjes te geven bij uitgeverijen, waar ik ‘die en die’ heb leren kennen…
Als ik nooit op Facebook was gegaan en Pieter Feller van Boekenbijlage.nl niet had leren kennen, waardoor ik niet alleen samen met hem kinderboeken ben gaan schrijven, maar ook recensies voor zijn site…
Als ik geen out of office-reply had ontvangen en ik daarin niet de naam van ‘die en die’ had gestaan...
Als ik geen contact met haar had opgenomen en niet met haar had gedeeld waar ik mee bezig was...

Dat vind ik misschien nog wel het meest magische en bijzondere aan dit boek: hoe al die lijntjes bij elkaar zijn gekomen en hoe het kennelijk niet anders kón…

Ik voel me met dit boek dan ook niet ‘slechts’ de vertaler/bewerker. Hoewel ik merk dat ik die rol wel krijg toebedeeld, en ik dat niemand kwalijk kan nemen, weet ik gelukkig beter. En jullie nu ook 😊